U bezoekt 10voorBiologie.nl als gast-gebruiker, waardoor u slechts een fractie van onze lesstof kunt bekijken. Met ons proefabonnement verkrijgt u toegang tot het volledige aanbod. Vraag het proefabonnement nu direct aan of neem contact op met info@10voorbiologie.nl.

26. Vaardigheden oefenen

Wetenschappelijk onderzoeken, studeren, practicum, technieken

 

In dit thema kun je (practicum)vaardigheden oefenen en vind je opdrachten die je helpen bij het (leren) studeren. Linksboven in de kantlijn staan de te oefenen vaardigheden. Klik je daarop, dan krijg je een uitgebreide beschrijving. 

In dit thema kun je ook de wetenschappelijke werkwijze oefenen.

De wetenschappelijke werkwijze kun je zien als een denkproces:

1. Een onderzoeker ziet iets gebeuren/neemt iets waar (de waarneming). Vaak begint het met beschrijvend onderzoek.
2. De onderzoeker stelt zich bij die waarneming een vraag: hoe komt dit? (de vraagstelling; let op: dit is een zin met een vraagteken!)
3. De onderzoeker geeft een voorlopig antwoord op de vraag: het zit volgens mij zo (de hypothese; let op: dit is een stellende zin, dus zonder vraagteken!)
3a. Bij de hypothese wordt vaak een voorspelling opgeschreven: als dit gebeurt, dan is dat het gevolg.
4. De onderzoeker bedenkt een experiment om uit te zoeken of de hypothese klopt. Het experiment volgt dus logisch uit vraagstelling en hypothese!
4a. Aan het experiment zijn wel voorwaarden verbonden: je doet twee proeven tegelijk, met maar één factor verschil, zodat het ene experiment als controle kan dienen voor het andere.
5. Uit het experiment komen resultaten.
6. Uit een analyse van de resultaten blijkt of de hypothese klopt: de conclusie.
6a. De conclusie kan zijn: hypothese is bevestigd, of de hypothese moet worden verworpen.
In dat laatste geval zal een nieuwe hypothese moeten worden opgesteld. Vaak is ook een nieuw experiment nodig.

De eerste die deze manier van denken uitlegde en toepaste, was Louis Pasteur; hij zei onder andere:
‘Stel nooit iets dat niet experimenteel te bewijzen is’.
‘Fantasie geeft vleugels aan het denken, maar we hebben altijd experimenteel bewijs nodig. Als we conclusies willen trekken en onze bevindingen willen interpreteren, moet onze fantasie worden onderbouwd door feitelijke resultaten’.
‘Een experiment moet herhaalbaar zijn, en steeds een gelijke uitkomst hebben’.

Dit thema bestaat uit 22 opdrachten. Als je niet genoeg tijd hebt om ze allemaal uit te voeren, doe dan de opdrachten met een gouden sterretje; dat is de gulden leerroute. Dan ben je er in ieder geval zeker van dat je de belangrijkste zaken over wetenschappelijk onderzoek en leren studeren tegengekomen bent. 


Opdrachten lijst


1. Studeren: hoe dan?

2. Lezen

3. Lezen en begrijpen: de hippocampus in beeld

4. Taal

5. Woordjes leren voor de wetenschap

6. Microscopisch onderzoek

7. Leren hoe je leert

8. Samenvatten, woordenweb en begrippenlijst maken

9. Mindmapping ofwel: woordenweb maken

10. Hoofd- en bijzaken onderscheiden -1

11. Hoofd- en bijzaken onderscheiden -2

12. Hoofd- en bijzaken onderscheiden -3

13. Afbeeldingen begrijpen: lukt je dat?

14. Illustraties: wat doe je ermee?

15. SPA, Systematische Probleem Aanpak

16. Voortplanting: kwintetten

17. Werken met BINAS en ScienceData

18. Rekenen aan vergrotingen

19. Beri beri

20. Krentenexeperiment

21. Pasteur en generatio spontanea

22. Vals positief en vals negatief

23. Blanco's bij experimenten

24. Betrouwbaar en valide

25. Nauwkeurig en precies

26. Paardenvliegen

27. CE-toets VWO onderzoek doen (1)

28. CE-toets VWO onderzoek doen (2)

29. CE-toets VWO onderzoek doen (3)