U bezoekt 10voorBiologie.nl als gast-gebruiker, waardoor u slechts een fractie van onze lesstof kunt bekijken. Met ons proefabonnement verkrijgt u toegang tot het volledige aanbod. Vraag het proefabonnement nu direct aan of neem contact op met info@10voorbiologie.nl.

32. Examentraining vwo 2009-2012

CE-vragen naar clusters gerangschikt

De CE-vragen vanaf 2009 zijn niet meer op één onderwerp gerangschikt. In de examens worden vaak clustervragen gesteld: de vragen in een cluster horen allemaal bij een bepaald thema. Er kan dan in één cluster bijvoorbeeld zowel bloedsomloop als ademhaling of afweer aan bod komen.

Tips voor het maken van je examen:

Op het voorblad van het examen staan aanwijzingen over de manier van beantwoorden. Als bij een open vraag een verklaring, uitleg of berekening gevraagd wordt, worden aan het antwoord meestal geen punten toegekend als deze ontbreken.

  • Geef niet meer antwoorden (redenen, voorbeelden) dan gevraagd. Als er bijvoorbeeld twee redenen worden gevraagd en je geeft meer dan twee redenen, dan mogen alleen de eerste twee in de beoordeling meegeteld worden. Als je er toch meer hebt, maak dan heel duidelijk in welke volgorde je ze wilt hebben.
  • Open vragen leveren meestal 1 tot 3 punten op. Als er drie punten voor staan, kun je erop rekenen dat je antwoord drie elementen moet bevatten. Dan ben je dus niet met één zinnetje klaar.
  • Meerkeuzevragen leveren steeds twee punten op. Schrijf de gekozen letter op als duidelijke hoofdletter.
  • Eenzelfde fout in de beantwoording van verschillende vragen moet telkens opnieuw worden fout gerekend, tenzij het correctiemodel anders aangeeft.
  • Significantie of nauwkeurigheid mag één cijfer minder bevatten dan op grond van de verstrekte gegevens zou moeten. Bij grotere onnauwkeurigheid moet één punt worden afgetrokken.

  • Een bruikbare tactiek bij het beantwoorden van vragen is de volgende:
    - bekijk globaal wat de informatie inhoudt;
    - lees de bijbehorende vraag. Soms weet je nu al het antwoord, soms is de tekst alleen bedoeld om een bepaalde sfeer weer te geven;
    - maar soms ook niet, lees dan de informatie nauwkeurig en gebruik de aangeboden gegevens; gebruik als je dat prettig vindt een markeerstift;
    - er zijn vaak meerdere vragen bij een informatieblok; de informatie is dan beslist niet alleen voor de eerste vraag die na het informatieblok staat;
    - laat je dus sturen door de vragen, maar bekijk altijd globaal welke informatie je hebt;
    - gebruik je BINAS.

Naast de specifieke kennis is er het gedeelte vaardigheden (domein A) met onder andere:
- inzicht in biologische verbanden,
- wetenschappelijke denkwijze,
- informatie verwerken.

Dat kan natuurlijk niet allemaal letterlijk gevraagd worden. Maar hier ligt de grondslag voor vragen met grafieken, berekeningen en artikeltjes lezen en onder­zoek-opzetjes maken. Ze worden dus een beetje 'verstopt' gevraagd.

Denk bij hypothese opstellen aan:
- niet in de vragende vorm: stellige bewering dus
- moet toetsbaar zijn
- bevat geen uitleg of verklaring
- voorspelling gevraagd? als... (hypothese), dan .... (bepaald resultaat van het experiment)

Denk bij werkplan opstellen aan:
- één variabele factor, de andere zijn gelijk (vermelden!)
- wat/hoe wordt er gemeten
- controleproef/blancoproef
- voldoende aantallen proefdieren/-planten/-personen.

Resultaten
- denk bij grafieken aan de juiste eenheden en grootheden
- gebruikelijk is dat je op de X-as de onafhankelijke variabele zet, en op de Y-as dat wat gemeten werd in het experiment

Tenslotte nog een paar algemene onderwerpen, waarbij nog te vaak dingen fout gaan:
- ga door tot er EINDE op het examen staat. Elk jaar zijn er mensen die de laatste bladzijde vergeten. Als daarop nog een aantal vragen staat, mis je heel wat punten. Dat is nogal jammer.
- ook het examen gaat -tenzij anders vermeld- over gezonde organismen onder normale omstandigheden (dat staat ook in de eerste zin van het examen!).
- gebruik geen verwijswoorden in je antwoord als men, die, dat met het risico dat je naar een verkeerd deel in je antwoord verwijst zonder het in de gaten te hebben.
- let op de vraag: Percentage? Geheel getal? Welke eenheden? Argument biologisch of juist ethisch of economisch?
- als in de vraag een concrete situatie beschreven wordt, formuleer je antwoord dan bij die gegeven situatie, tenzij dat duidelijk niet gevraagd wordt.
- gebruik de letterlijke omschrijving in de tekst van vraag of infoblok niet als antwoord: dat is immers gegeven.
- controleer je antwoord aan de hand van de vraag: gaf je antwoord op die vraag?
- bij het maken van het examen is het gebruik van een rekenmachine toege­staan, maar geen grafische rekenmachine!
- neem een potlood en geodriehoek mee voor grafieken, e.d. Schrijven mag niet met potlood, daarvoor gewoon een pen meenemen. Correctielak en soortgelijk spul mag je niet gebruiken.

Succes met je training!

 


Opdrachten lijst


1. CE training VWO voortplanting-erfelijkheid-ecologie

2. CE training VWO uitscheiding

3. CE training VWO stofwisseling-milieu

4. CE training VWO regeling - DNA

5. CE training VWO regeling-zintuigen

6. CE training VWO milieu-kringlopen

7. CE training VWO genetica-evolutie-ecologie

8. CE training VWO celfuncties

9. CE training VWO o.a. afweer, DNA, stofwisseling

10. CE training VWO afweer

11. CE training VWO milieu, stofwisseling, chemie

12. CE-training VWO ecologie, evolutie

13. CE-training VWO ecologie

14. CE training VWO stofwisseling-ecologie

15. CE training VWO stofwisseling-ecologie

16. CE training VWO evolutie - populatiegenetica - gedrag

17. CE training VWO evolutie - populatiegenetica

18. CE training VWO afweer

19. CE training VWO afweer en DNA

20. CE training VWO circulatie en afweer

21. CE training VWO circulatie

22. CE training VWO zintuigen en zenuwstelsel

23. CE training VWO DNA en genetica (2)

24. CE training VWO DNA en genetica (1)

25. CE training VWO DNA en genetica

26. CE training VWO voortplanting en DNA

27. CE training VWO cellen - regeling - stofwisseling

28. CE training VWO ademhaling-regeling

29. CE training VWO DNA-genetica-afweer

30. CE training VWO gedrag-afweer

31. CE training VWO kringlopen

32. CE training VWO milieu-voeding

33. CE training VWO stofwisseling-DNA-genetica

34. CE training VWO voeding-afweer-zenuwstelsel

35. CE training VWO voeding-evolutie

36. CE training VWO voeding-milieu

37. CE training VWO zintuigen