theorie_1819
← Alle Hoofdstukken
Inhoudsopgave

7 Erfelijkheidswetten
7.1. Historische achtergr...
7.2. Geslachtelijke en on...
7.3. Fenotype, genotype e...
7.4. Genen en allelen
7.4.1. Belangrijke en onbel...
7.4.2. Toetsvragen bij 7.1 ...
7.5. Mendels kruisingen
7.5.1. Belangrijke begrippe...
7.5.2. Monohybride kruising...
7.5.3. Intermediair fenotyp...
7.5.4. Oefenvragen (1) bij ...
7.5.5. Oefenvragen (2) bij ...
7.5.6. Oefenvragen (3) bij ...
7.6. Jongen of meisje?
7.6.1. X-chromosomale overe...
7.6.2. Oefenvragen (1) bij ...
7.6.3. Oefenvragen (2) bij ...
7.7. Stambomen
7.7.1. Oefenvragen (1) bij ...
7.7.2. Oefenvragen (2) bij ...
7.8. Dihybride kruisingen
7.8.1. Kansrekeningen
7.8.2. Oefenvragen (1) bij ...
7.8.3. Oefenvragen (2) bij ...
7.9. Gekoppelde overervin...
7.9.1. Oefenvragen (1) bij ...
7.9.2. Oefenvragen (2) bij ...
7.9.3. Toetsvragen bij 7.5 ...

U bezoekt 10voorBiologie.nl als gast-gebruiker, waardoor u slechts een fractie van onze lesstof kunt bekijken. Met ons proefabonnement verkrijgt u toegang tot het volledige aanbod. Vraag het proefabonnement nu direct aan of neem contact op met info@10voorbiologie.nl.

Hoofdstuk 7: Erfelijkheidswetten

Subdomeinen E3.2, F1, in CE, mag in SE

Sandy Gordon uit New York wist dat er iets mis was. Al langere tijd vroegen mensen in haar omgeving hardop: "Wat ruikt het hier toch vies?". Zij zelf had ook al eens de loodgieter haar woning laten inspecteren, omdat er in huis een nare lucht hing, die nog het meest deed denken aan die van dode vis.

Als een collega haar dan vertelt dat zij zélf de stank veroorzaakt, laat ze zich onderzoeken. Dan wordt het duidelijk: ze lijdt aan een erfelijke stofwisselingsziekte die trimethylaminurie (TMAU) wordt genoemd. De erfelijke eigenschap die ervoor zorgt dat de lever de stinkende stof, trimethylamine (TMA), kan afbreken, is bij haar zó veranderd dat de afbraak niet plaatsvindt (TMA ontstaat als afbraakproduct van eiwitten in het voedsel).

Ouders en hun kinderen lijken vaak op elkaar. Ook Sandy heeft bepaalde eigenschappen van (één van) haar ouders geërfd, zoals haar stofwisselingsziekte. Je hebt misschien dezelfde haarkleur, dezelfde vorm van je neus, dezelfde oogkleur, hetzelfde postuur of dezelfde stem als die van je vader of je moeder. Ook zijn er overeenkomsten tussen broers en zusjes. Toch heb je ook eigenschappen, die je niet terug zult vinden in je ouders. Wanneer komen eigenschappen tot uiting bij de nakomeling?