theorie_1819
← Alle Hoofdstukken
Inhoudsopgave

25 Ordening
25.1. Soort en populatie
25.1.1. Binaire nomenclatuur
25.1.2. Hoe scherp zijn de g...
25.1.3. Toetsvragen bij 25.1
25.2. Klassieke ordening
25.3. Moderne systematiek
25.3.1. Homologie, rudimenta...
25.3.2. Analogie en converge...
25.3.3. DNA-onderzoek
25.3.4. Toetsvraag bij 25.2 ...
25.4. Indeling in Rijken
25.4.1. Van vier naar acht R...
25.4.2. Toetsvragen bij 25.4
25.5. Prokaryoten
25.5.1. Levenswijze van bact...
25.5.2. Toetsvragen bij 25.5...
25.6. Schimmels
25.6.1. Levenswijzen van sch...
25.6.2. Korstmossen
25.6.3. Toetsvragen bij 25.6
25.7. Planten
25.7.1. Toetsvragen bij 25.7
25.8. Dieren
25.8.1. Sponzen, neteldieren...
25.8.2. Weekdieren, geleedpo...
25.8.3. Chordadieren
25.8.4. Vissen, amfibieën e...
25.8.5. Vogels en zoogdieren
25.9. Virussen, leven aan ...

U bezoekt 10voorBiologie.nl als gast-gebruiker, waardoor u slechts een fractie van onze lesstof kunt bekijken. Met ons proefabonnement verkrijgt u toegang tot het volledige aanbod. Vraag het proefabonnement nu direct aan of neem contact op met info@10voorviologie.nl.

Hoofdstuk 25: Ordening

Subdomein F2, in het CE, mag in SE; en F3, niet in het CE, moet in het SE

Je bent je het zelf misschien niet bewust, maar je weet al vanaf je kleutertijd wat 'ordenen' is. Je ontdekte dat er verschillen en overeenkomsten tussen je speelgoedjes bestonden: ronde en vierkante blokken, rode en blauwe auto's, leuke en minder leuke boekjes, enzovoort. Ordening speelt een rol in ieders leven. "Ruim je kamer eens op!", de jou welbekende aansporing heeft ook met ordenen te maken. Zonder ordening ontstaat er een rommeltje. In sommige gevallen is dat niet erg, maar wanneer je bijvoorbeeld wilt weten hoeveel je precies van iets hebt, is een goede ordening onontbeerlijk.

Ook wetenschappers zijn met ordenen bezig, eigenlijk al zolang natuurwetenschappelijk onderzoek bestaat. In dit hoofdstuk gaat het om de ordening van de levende natuur, dus van de planten en de dieren. Dieren kun je bijvoorbeeld indelen in groepen die veel op elkaar lijken of in groepen die overeenkomsten in gedrag vertonen. Het is heel leuk om de dieren in een dierentuin door een kind van 4, een kind van 8 en een kind van 12 te laten ordenen. Je krijgt totaal andere groepen, want de kinderen ordenen naar hun eigen criteria (= onderscheidende kenmerken). En hoe zou je ze zelf ordenen? Welke 'soorten' zou jij van elkaar onderscheiden?

Er zijn op dit moment 1,7 miljoen verschillende soorten organismen beschreven en geordend. Het werkelijke aantal wordt geschat op 10 tot 80 miljoen. Er is dus nog heel wat te ontdekken en te ordenen! Er worden nog regelmatig nieuwe soorten ontdekt, vooral in de tropische regenwouden waar de biodiversiteit ongelooflijk groot en nog maar ten dele bekend is. In Nederland wordt het aantal soorten dieren geschat op ruim 24.000 en het aantal soorten planten op ruim 10.000. Dat is ongeveer 2% van de totale biodiversiteit op aarde.

 

Subdomeinen Deelconcepten Deelspecificatie
F2 soort F2.4
F3 (in SE) soort
[beschrijven hoe biodiversiteit kan worden benaderd op (o.a.) soortniveau]